Het verhaal van de Koe

”Moedigheid, het zoete geloof te weten dat niks gratis is”
– Courage, Villagers.

Onderweg naar werk vandaag zag ik iets buitengewoons. Ik fiets altijd over een veldweg waar ook een wei is waar koeien gehouden worden. De koeien staan altijd rustig gras te kauwen en deze keer was dat ook het geval, op één klein detail na. Één van de koeien stond niet in de wei, maar vlak ernaast in de greppel naast de weg. In eerste instantie dacht ik dat ik het verkeerd zag, maar de koe stond echt buiten de omheining. Wat een vreemde en onwerkelijke situatie en wat raar dat zoiets simpels je zo van je stuk kan brengen. Ik controleerde of de omheining ergens kapot was, maar dat was niet het geval. Ik realiseerde me toen dat deze rebelse koe het gras aan de andere kant van de omheining lekker genoeg vond uitzien om de grote sprong naar de vrijheid te wagen.

Gek genoeg zat deze situatie mij aan het nadenken. De koe was vrij. Ze kon heen gaan waar ze wilde. De wereld lag aan haar voeten. Ondanks dat koos ze ervoor om vlak naast haar ‘gevangenis’ op haar dooie gemak gras te gaan eten. Ineens zag ik het volledige plaatje. Ik vergeleek de situatie van de ‘vrije’ koe met die van mezelf.

Ik heb het grootste deel van mijn leven rustig in de wei gestaan, net zoals de andere koeien. Sterker nog, ik sta nog steeds in die wei. Ik stond altijd braaf op mijn eigen plekje en at het gras dat de oudere koeien me aanwezen. Ik liep altijd netjes achter de kudde aan als ze ergens heen gingen, ook al wist ik niet eens waar ze heen gingen. Als de boer me kwam melken, liet ik hem zijn gang gaan en bedankte hem achteraf. Hij was immers mijn baasje en hij wist vast wel wat het beste voor me was en wat er met mijn melk moest gebeuren. Dus ik bleef rustig in mijn wei en at het gras dat me aangeboden werd. Als ik ziek was, zorgde de boer wel dat ik beter werd. Hij had er immers belang bij dat mijn melkproductie op peil bleef. Het was een zorgeloos, saai leventje waarbij ik niet veel hoefde na te denken.

Maar op een dag was ik al dagdromend een beetje afgedwaald tot vlakbij de omheining. Ik keek er eens overheen, wat ik nog nooit eerder gedaan had, omdat de oudere koeien en de boer dat altijd verboden hadden. Wat zag dat gras aan de andere kant van de omheining toch lekker uit. Het was groener, voller en op de één of andere manier leek het gezonder dan het gras waar ik al mijn hele leven van at. Ik begon kritischer te kijken naar het gras waar ik van at. Het was eigenlijk meer grijs dan groen. En er zat allemaal ongedierte op. Kleine insecten die ik nooit eerder gezien had. Ik zag nu ook dat de grond waar het gras in groeide verrot was. Sterker nog, de grond stonk een uur in de wind. Dat me dat nog nooit eerder was opgevallen! Dit kon zo niet verder. Ik moest wat doen. Ik liep naar de omheining en overwoog mijn kansen. Met een grote aanloop zou het misschien wel kunnen lukken. Maar wat merkte ik. Ik had een erg slechte conditie. Ik was immers altijd moe en had bijna geen energie om iets te ondernemen na een volle dag gras eten en achter de kudde aanlopen. Ik moest mezelf gaan trainen. Ook moest ik dat slechte gras niet meer eten, want dat zou me geen goed doen.

Ik begon met de andere koeien te praten. Verreweg de meeste koeien die ik sprak, lachten me uit en zeiden dat ik me dingen inbeeldde. We hadden het niet zo slecht hoor. Natuurlijk waren er koeien die altijd het beste gras wisten te vinden, maar die werkten er ook hard voor en verdienden het dus ook. Natuurlijk kwam de boer onze melk halen. Hij was immers de baas. Ik werd uitgemaakt voor een ‘dromer’ en een ‘idealist’ en ik moest maar gewoon blijven doen wat ik altijd gedaan had, want zo was het leven nu eenmaal. Als je geen gras eet, dan ga je dood. Als je geen melk levert, dan hoor je er niet bij.

Maar er waren ook een paar koeien die ook al gemerkt hadden dat het gras dor was en de grond rot. Ze vertelden me in vertrouwen dat ze al wat dingen geprobeerd hadden, zoals het eten van bepaalde verboden bloemen of struikgewas. Ze hadden, net zoals ik, altijd geloofd dat bloemen en struiken slecht voor hen waren, omdat de oudere koeien en de boer hun dat altijd verteld hadden. Maar dat bleek helemaal niet zo te zijn. Nadat ze het geprobeerd hadden, waren ze niet meer zo moe en hadden meer energie. Ze voelden zich ook een stuk gezonder. Door het eten van sommige streng verboden bloemen kregen ze zelfs inzichten die hen meer bewust maakten van het leven. Maar ook zij moesten toegeven dat ze nu eenmaal vastzaten in de wei. De omheining was te hoog en sterk om er iets aan te kunnen veranderen. En de boer zou hen niet met rust laten. Ze waren met te weinig koeien om de omheining omver te lopen of in opstand te komen tegen de boer. Ze zagen ook in dat zelfs als één van hen over de omheining kon springen, dat het bij lange na niet genoeg was.

Toch wisten ze dat de omheining omgeduwd zou moeten worden, zodat de andere koeien konden gaan leren te begrijpen dat er meer was in de wereld dan hun rotte wei met slecht gras. Het was óf dat óf de andere koeien moesten bewust gemaakt worden van hun situatie zodat ze ook gingen trainen en de sprong konden gaan maken. Als er maar genoeg koeien over de omheining zouden springen, dan konden ze van buiten af iets gaan doen aan die rotte wei en de omheining. Misschien zouden ze dan uiteindelijk zelfs de wereld kunnen gaan verkennen. Wie weet was er nog wel ergens veel beter gras te vinden. De boer zou hen niet meer melken dus ze hadden er dan tijd genoeg voor.

Maar wat was het leven toch lekker gemakkelijk en veilig in de wei. Alle beslissingen werden voor me gemaakt. Zolang ik maar gras eet en melk lever, wordt er voor me gezorgd. Het zou toch zo simpel zijn om gewoon alles te vergeten en het dorre gras weer te gaan eten en dat zorgeloze leventje te leiden. Geen koeien die me uitlachen, geen boer die boos op me wordt en me straft, geen omheining die in de weg staat. Ik hoef zelfs niet eens te bedenken wat ik met mijn melk moet doen, want die gaat toch met de boer mee.

– Marco.

No Comments

Post a Comment